zondag 26 juli 2015

De taal van hoop

Elk land heeft zijn eigen taal, soms wel meerdere. Dat is vaak lastig communiceren met andere nationaliteiten. Daar vond een zekere Ludovich Zamenhof (1859 - 1917) iets op, namelijk de internationale taal Esperanto. 

Zamenhof groeide op in het Pools stadje Bialystok, waar Polen, Russen, Joden en Duitsers woonden. Ze spraken uiteraard elk hun eigen taal, wat niet enkel moeilijk communiceren was, maar ook zorgde voor conflictsituaties. Al vroeg begon hij te fantaseren over één internationale taal. Zijn eerste taalontwerp was klaar wanneer hij medicijnen ging studeren in Moskou, maar hij liet ze achter op verzoek van zijn vader. Wanneer Zamenhof terug kwam waren ze verbrand, uit vrees dat ze bij een inval (de familie Zamenhof was Joods) verdacht zouden lijken.
Na zijn medicijnenstudie ging hij zich specialiseren in oogheelkunde en werkte hij verder aan zijn internationale taal. Jammer genoeg had hij geen geld om een boekje uit te geven tot hij zijn vrouw leerde kennen. Haar vader vond Zamenhof ’s idee zeer interessant en gaf zijn dochter een rijkelijke bruidschat mee. Zo kon uiteindelijk zijn taal de wereld ingestuurd worden. Het boek heette Internacia Lingvo en Zamenhof gebruikte Dr. Esperanto (Hij die hoopt) als pseudoniem.
De universele taal, al snel bekend als Esperanto, werd met veel enthousiasme onthaald. Het kan makkelijk geleerd worden door een ongecompliceerde grammatica en regelmatigheid. Meer dan twee miljoen mensen in 120 landen spreken het, wat het dus een internationale taal maakt. Doordat het politiek neutraal is en nationale belangen op die manier buiten spel gezet worden, kan je echt spreken van een gelijkwaardige communicatie. Echt een taal van hoop dus. 

( Verschenen op 26 juli 2015 in 'De Ark van Jean-Marc onder de rubriek 'Terugbladeren') 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Heb je een reactie of feedback, doe het dan op een beschaafde manier.