zaterdag 31 januari 2015

Laag en nat

Dat Nederland gevoelig is voor overstromingen weten we allemaal. 26 procent van het land ligt onder de zeespiegel en 59 procent kan overstroomd raken bij storm. Dat gebeurde in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, wanneer Nederland kampte met zwaar stormweer. Harde winden stuwden het water omhoog en zorgden voor een hevige stormvloed. Zo’n stormvloed kan zeer gevaarlijk zijn bij tij en al zeker bij springtij, het tweewekelijkse getijde waarin het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is.
De stormvloed verhoogde het springtij, met alle gevolgen van dien. De dijken in het Deltagebied braken en zetten de Zuid-Hollandse eilanden, een deel van de provincie Zeeland en delen van West-Brabant onder water. De watersnoodramp zorgde voor veel schade aan de veestapel, gebouwen en infrastructuur, 1.836 mensen verloren het leven, 100.000 verloren hun huis en bezittingen. Ook in Engeland, België en Duitsland ontstonden er overstromingen en lieten honderden slachtoffers het leven. Op zee vonden velen de verdrinkingsdood bij schipbreuken en de storm ging zo ver dat die een twee meter hoge sneeuwlaag achter liet in de Ardennen. Het is één van de zwaarste natuurrampen in het Noordzeegebied en laat nog steeds een duidelijk litteken achter.
De getroffen gebieden, maar vooral Nederland kregen hulp van overal. Dat ging van voedsel, kledij, bouwmaterialen en zelfs gehele Scandinavische prefab huizen tot militaire hulp van Fransen, Amerikanen, Engelsen, enzovoort. Er werden in de getroffen landen plannen gemaakt om dijken te versterken en verhogen, maar in Nederland ging het verder. Er werd een Deltacommissie ingesteld en een tijdje later begonnen de Deltawerken. Die duurden decennialang, maar houden Nederland nu wel hoog en droog.

(Verschenen in 'De Ark van Jean-Marc' onder de rubriek 'Terugbladeren' op 25 januari 2015)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Heb je een reactie of feedback, doe het dan op een beschaafde manier.