woensdag 24 september 2014

Stal Picasso de Mona Lisa?


Het was 22 augustus 1911. Schilder Louis Béroud besloot het Louvre in Parijs binnen te lopen en naar de Mona Lisa, ook wel La Gioconda genaamd, te gaan kijken. Toen hij aankwam zag hij enkel een lege vlek. Hij contacteerde de bewaking die zei dat het schilderij bij een fotoatelier was. Er werd iemand gestuurd om het terug te halen, maar al gauw bleek dat de Mona Lisa weg was: gestolen de dag voordien. Het Louvre bleef een week gesloten voor het onderzoek naar La Gioconda en zowel de dichter Guillaume Apollinaire, die ooit beweerde dat het Louvre afgebrand zou moeten worden, en schilder Pablo Picasso, die door Apollinaire uit het Louvre gestolen beeldjes en maskers in bezit had, werden verdacht. Hun ondervragingen draaiden op niets uit en ze kwamen weer vrij. De politie en het museumbestuur zaten met hun handen in het haar. Iedereen vreesde dat de Mona Lisa voorgoed kwijt was.
En voor een tijdje was dat ook zo. Tot 2 jaar later de ware dief alsnog ontmaskerd werd. Een medewerker van het Louvre, Vincenzo Peruggia, had zich in de bezemkast verstopt om ‘s nachts met de Mona Lisa onder zijn jas de deur uit te wandelen. Peruggia geloofde dat het schilderij terug naar Italië gebracht moest worden. Hij hield het kunstwerk 2 jaar verborgen in zijn appartement maar werd ongeduldig. Hij werd gevangen genomen toen hij La Gioconda probeerde te verkopen aan de directeurs van het Uffizi Museum in Firenze, waar volgens Peruggia het schilderij thuishoorde.De dief werd veroordeeld tot een jaar gevangenis en de Mona Lisa ging een paar musea in Italië rond voor het terug in het Louvre belandde, waar het nog steeds te bezichtigen valt.

(Verschenen in 'De Ark van Jean-Marc' onder de rubriek 'Terugbladeren' op 17 augustus 2014)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Heb je een reactie of feedback, doe het dan op een beschaafde manier.