vrijdag 25 mei 2018

Intens

Ik zoek een schuilplaats
nestel me in je oksel,
vind er een thuis.
In mijn schoot leg je je hoofd,
ik streel je haren en hoop
een toekomst te schenken,
een navelstreng die ons verbindt.

Als je me vraagt hoe het gaat,
antwoord ik met een zoen,
bedenk te weten wat jij al weet,
verbeeld me dat jouw ogen
kristal zijn waarin ik kan lezen
hoe jij me ziet.

Het is het niet weten
wat verbeelding voedt,
en al wat ik werkelijk kan zien
is mezelf, mijn eigen ogen
die naar je kijken als een
drenkeling naar een reddingsboei.
Ik sla je armen om me heen,
snuif je haren en voel me
intens.

maandag 23 april 2018

Trompe-l'oeil

Ik zie mezelf
in een levensgrote spiegel,
ik schrik.
Wat ik daar zie
zit niet in mijn hoofd.

Vertel me
dat ook jij
wat anders ziet.

dinsdag 13 maart 2018

Gaudí

Ik geef je roest en steenkool,
morgen diamanten.
Morgen wordt alles anders.
Ik zal kathedralen bouwen
om de wolken te kussen,
hopen dat mijn spitsbogen
hoger reiken dan dat jij kunt dromen.

Droom je soms over mij?
Zie je hoe klein we zijn
in onze grootheidswaanzin,
hoe jong in onze gezamenlijke jaren?
Kan je de top al zien?
We hebben nog wat kilometers te gaan,
wonderen te aanschouwen.

En we zijn zo klein, samen.
Het bouwwerk nog slechts fundamenten.
Maar ik zie het groots, eeuwig.
Ik maak plannen met Gaudí
in het achterhoofd.

vrijdag 9 februari 2018

Zout

Hij toonde me het wit
van zijn oogbal en zei:
"Ook ik heb vrees gekend."
Ik had geen repliek, dus
opende hij zijn schedel
en terwijl ik naar de
kokende hersenen keek
dacht ik:
"Nog een snuifje zout!"

Soms moet je ongezouten meningen
met een korrel zout nemen.

Ik vertelde hem een verhaal
over een moraalridder die
zijn eigen paard opat.
Het hoe en waarom
doet er niet toe.
Hij zweeg, maar keerde
zich binnenstebuiten.
Ik kon zijn waslabel zien:
"50% sproetjes."
Hij vroeg me wat ik dacht.

Ik mompelde
dat ik doof, stom
en blind ben.
Hij vond dat egoïstisch.

woensdag 3 januari 2018

donderdag 21 december 2017

Blikvanger

Ik vang je blik in je spiegelbeeld,
maar weet niet hoeveel je ziet.
Ons bestaan dat elkaar even raakt,
als een venndiagram waarin wij
wiskundige verschillen zijn die
in de tijd samenkomen.

We spelen een dobbelspel,
het hoogste aantal ogen
is net genoeg voor een verdwijntruc.
Als de trein dan stopt
trekt onze verzameling uit elkaar,
als cellen die zich splitsen.

Ik zie je nog net knikken als ik
je blik opnieuw vang door het raam,
en je uit mijn gezichtsveld flitst.

zondag 3 december 2017

Parallel

Er is een parallelle wereld
waar vogels in het water vliegen
terwijl wij dromen vissen te zijn,
te zwemmen in de lucht.

Waar honden arrogant zijn en
katten plezant, met hun domme blik
en lange tong wanneer ze hijgend
de bal terugbrengen.

Waar de spin met haar acht poten
van bloem naar bloem zoemt en
hoopt dat er geen vlieg in een web
haar opwacht en verslindt.

Waar de mens zes poten heeft en
zich razendsnel voortplant, zelfs na
een nucleaire ramp, terwijl
kakkerlakken kankers krijgen.

Er is een parallelle wereld, waar
liefde overheerst en doodknuppelen
elkaar stevig vastpakken betekent,
zoals een moeder haar kind.