donderdag 3 januari 2019

Spoorzoeken


Je koude adem doet me schrikken,
ik wankel achter het douchescherm.
Jouw hand staat als spoor tegen het glas,
ikzelf ben opgeslokt door stoom.

Als ik dan de kraan dichtdraai,
en zie hoe jouw ogen mijn gezicht
in de spiegel bekijken,
word ik wit, grijs en weer blond.

Klein en kleiner,
een deel van een verleden,
een bezoeker in een ander zijn nu.
In de toekomst zullen we vervreemden.

donderdag 27 december 2018

Wals

Het zijn herinneringen
van een kind.
Af en toe ademen ze.

In foto’s: je trotse houding,
de wat strenge ogen,
en zachte glimlach.

In geuren: soep op het fornuis,
met je stem uit de keuken,
die vervaagde voor het mocht.

Één twee drie, één twee drie.
Dit gedicht telt als een wals,
ik zie je nog zweven.

Ik had je willen vragen,
met me te dansen.
Ik heb het nooit geleerd.

Als jij de stappen telt,
zou ik luisteren,
en nooit meer vergeten.

Ik zou je nog graag
een brief schrijven
met al mijn levensvragen.

Jij zou wat verzinnen,
dat ik wat moest lezen.
Dat jij het niet meer kon.

Ik prijkte in je kast,
de vraag voor een voordracht
stokte in je keel.

Dit gedicht telt als een wals,
jij zweeft.
Het zijn herinneringen
van een kind.

vrijdag 25 mei 2018

Intens

Ik zoek een schuilplaats
nestel me in je oksel,
vind er een thuis.
In mijn schoot leg je je hoofd,
ik streel je haren en hoop
een toekomst te schenken,
een navelstreng die ons verbindt.

Als je me vraagt hoe het gaat,
antwoord ik met een zoen,
bedenk te weten wat jij al weet,
verbeeld me dat jouw ogen
kristal zijn waarin ik kan lezen
hoe jij me ziet.

Het is het niet weten
wat verbeelding voedt,
en al wat ik werkelijk kan zien
is mezelf, mijn eigen ogen
die naar je kijken als een
drenkeling naar een reddingsboei.
Ik sla je armen om me heen,
snuif je haren en voel me
intens.